|
|
|
|
Maria Sibylla Merian. 1647-1717 |
|
Door Simone Hopman
|
|
Sunday, 06 April 2008 |
 Maria Sibylla Merian Via een handwerkweblog kwam ik deze week terecht bij het Rembrandthuis in de Jodebreestraat in Amsterdam, en aangezien mijn wieg daar stond heeft die stad toch een plekje in mijn hart. Ik herinner mij de keren dat ik met mijn opa mee mocht in de tram en in de binnenstad met die kleine steegjes thee van Wijs kocht en daar leuk rondstruinde. Later eens met een klas van de kweekschool rondgelopen in de Jordaan en natuurlijk lees een boek over Rembrandt en Amsterdam van tóen staat geheel in beeld.Maar daar ging het deze keer niet over er is in het Rembrandthuis een tentoonstelling over Maria Sibylla Merian die al lang een vrouw is waar ik graag over lees en die een bijzonder leven leidde in haar tijd:En ik heb wat leuke dingen met haar werk erop afgebeeld aangeschaft, en ben er erg blij mee.Hieronder volgt haar verhaal.
Ze werd geboren in Duitsland als eerste kind uit het tweede huwelijk van kunstenaar en uitgever Matthäus Merian de oude, en Johanna Sibylla Heim, en groeide daar op. De familie was kosmopolitisch: haar vader was geboren in Bazel, haar moeder stamde uit een Waals predikantengezin. Ze had op jonge leeftijd, 13 jaar, al belangstelling voor insecten, vooral de metamorfose van rupsen tot vlinders, aanvankelijk zijderupsen. Ze leerde tekenen en etsen van haar Nederlandse stiefvader Jacob Marrel, bekend om zijn bloemenschilderingen, die in 1651 met haar moeder trouwde. Haar broers Matthäus Merian de jonge en Caspar zetten na de dood van hun vader de uitgeverij voort.
Op haar achttiende trouwde zij in 1665 met de architectuurschilder Johann Andreas Graff. Twee jaar later kreeg zij haar eerste dochter Johanna Helena, en verhuisde het gezin naar Neurenberg. Hier begon zij allerlei rupsen te verzamelen en bestudeerde ze de levensloop van rupsen en vlinders. Ze was enthousiast over deze door slechts weinigen gewaardeerde dieren, waarvan men sinds Aristoteles dacht dat ze uit vuil en modder ontstonden, en hun metamorfose in vlinders. Ze kweekte zelf rupsen om te zien welke vlinder er uit kwam. Ze maakte vervolgens schetsen van details als het eierleggen, de verpopping en de voedselplanten. Dit alles legde ze vast in een 'studieboek'.Dit studieboek was de basis voor haar eerste boek, dat in 1675 verscheen onder de titel "Neues Blumenbuch" ('Nieuw bloemenboek'). In dit boek werden allerlei bloemen uiterst gedetailleerd weergegeven. In 1677 verschenen nog twee delen. Het gehele boek bestaat uit 3 delen van elk 11 platen. Deze boeken waren voornamelijk bedoeld als modellenboeken voor andere kunstenaars en voor borduurders (een belangrijk ambacht in die tijd). Ze zal de boeken verder gebruikt hebben als materiaal voor haar leerlingen. In 1678 kreeg ze haar tweede dochter Dorothea Maria, en in 1679 verscheen "Der Raupen wunderbare Verwandlung und sonderbare Blumennahrung" ('Over de wonderbare verandering van de rupsen en [hun] merkwaardig bloemenvoedsel'), haar tweede grote werk, dat door haar man werd uitgegeven. In dit boek werd de levenscyclus van verschillende vlinders afgebeeld, met hun voedselplanten
In 1685, na onenigheid binnen de familie over de verdeling van de boedel van haar overleden stiefvader (vrouwen konden in de 17e eeuw niet zelf erven, als ze getrouwd waren ging alles automatisch naar de man), en misschien ook door verschillen in religieus inzicht, verliet ze hem en trok met haar moeder en dochters naar het landgoed Walta-state in Friesland (Wieuwerd), waar haar halfbroer Caspar al woonde. Het slot was eigendom van Cornelis van Sommelsdijck, de gouverneur van Suriname. In het slot was een woongroep, een soort commune, gevestigd van de Labadisten, een religieuze groepering die leefde naar de ideeën van (de inmiddels al overleden) Jean de Labadie. Ze moesten hun wereldse bezittingen opgeven aan de commune en een huwelijk met iemand van buiten de commune werd niet erkend. Ze verhuisde een paar jaar later, na de dood van haar broer Caspar in 1686 en die van haar moeder in 1690, in de zomer van 1691 naar Amsterdam. Dit omdat de commune financieel in zwaar weer was geraakt en de leden gevraagd werd om weer voor hun eigen inkomen te gaan zorgen. Ook was in 1689 een epidemie in de commune uitgebroken, waardoor er elke 14 dagen een lid van de commune overleed. Gezien dat de commune uit ongeveer 300 mensen bestond, was dit een zware slag. Maria Sibylla en haar dochters zijn nooit - zoals wel wordt beweerd - van het labadistische geloof afgestapt.
In Amsterdam kreeg ze vooral door haar rupsenboek snel contact met andere natuurliefhebbers en -onderzoekers, waardoor ze ook toegang kreeg tot volières, rariteitenkabinetten en oranjerieën van rijke particulieren zoals de burgemeester van Amsterdam, Nicolaas Witsen, en Frederik Ruysch, met zeldzame vogels en planten. Haar belangstelling voor de exotische natuur van de tropen werd mede door deze tuinen verder aangewakkerd. Ze zette in Amsterdam onder eigen naam een bedrijf op, waar ze onder meer pigmenten, penselen, geprepareerde insecten en dieren op sterk water verkocht. Haar oudste dochter, Johanna Helena Graff, was gehuwd met Jacob Hendrik Herolt, een Labadistische broeder die handelscontacten had met Suriname. Maria Sibylla maakte op 52-jarige leeftijd een reis naar Suriname samen met haar jongste dochter, Dorothea Maria Graff. De bootreis duurde in die tijd drie maanden. Vanuit de hoofdstad Paramaribo trokken de vrouwen in diverse excursies het binnenland in. Maria Sibylla Merian documenteerde alles wat ze over de metamorfose van tropische insecten kon ontdekken en maakte een groot aantal tekeningen en aquarellen. In 1701 werd ze echter ziek (misschien malaria?) en moest naar huis terugkeren samen met haar dochter. Het was ook belangrijk om snel te gaan omdat een oorlog tussen de Nederlanden, Engeland en Frankrijk dreigde uit te breken die het zeeverkeer voor een groot deel stil zou leggen. Merian nam volgens de passagierslijst van het koopvaardijschip De Vrede waar ze op voeren ook "een Indianin" mee naar Nederland. Het was in die tijd niet ongewoon om een inheemse bediende mee terug te nemen naar het thuisland. Waarschijnlijk deed Merian dit omdat zij in Amsterdam nog gebruik wilde maken van de kennis van deze vrouw voor haar Surinaamse Insectenboek
Haar tekeningen en schetsen dienden nu als bron voor een prachtwerk in groot formaat over de Surinaamse flora en fauna. Met behulp van verschillende Amsterdamse kopergraveurs kon het boek na drie jaar hard werk in 1705 in Amsterdam verschijnen. Haar hoofdwerk is getiteld: Metamorphosis insectorum Surinamensium. Ze schreef in het voorwoord:"In het maaken van dit Werk heb ik niet eigenbaatzugtig geweest, zullende vergenoegt zyn , wanneer maar myne gedaane onkosten wederom krijg ; ik heb geen onkosten in het uitvoeren van dit Werk gespaart, maar heb de Plaaten door de beroemste Meesters doen snyden , en het beste Papier daartoe genoomen , op dat zo wel aan de Kenders der Kunst , als aan de Liefhebbers der Insecten en Planten plaisier en genoegen zoude geefen , gelyk ik my dan verblyden zal , wanneer ik hoore, dat ik mijn oogmerk berykt , en te gelyk genoegen gegeeven zal hebben." Er verscheen een Nederlandse ('Verandering der Surinaamsche Insecten') en een Latijnse editie.In 1714 of 1715 kreeg ze een beroerte en moest zich daarna per rolstoel verplaatsen. De laatste twee en een half jaar van haar leven heeft zij hierdoor niet of nauwelijks kunnen werken. Haar dochters werkten al nauw samen met haar in haar atelier en hebben na haar beroerte haar werk voortgezet.Tsaar Peter de Grote kocht toen hij in Nederland woonde in 1716 en 1717 een aantal van haar werken die zich tegenwoordig in de collectie van de wetenschapsacademie in de Hermitage bevinden. Bij haar overlijden werd ze in het overlijdensregister gekenschetst als 'arm', maar kreeg wel een eigen graf.
Van 23/2/2008 tot 18/5/2008 is een selectie uit het werk van Maria Sibylla Merian en haar dochters te zien in museum Het Rembrandthuis in Amsterdam onder de titel 'Maria Sibylla Merian en dochters: Vrouwenlevens tussen kunst en wetenschap'
|
|
Last Updated ( Sunday, 06 April 2008 )
|
|
|
|
  Bij het ontstaan van de site heb ik een poosje nagedacht over een naam. Want een naam draagt tenslotte als het goed is de lading van het geheel. Zo is het Joy in life geworden. Lees verder>
|